Het leven is geen probleem.
Wat is daar voor nodig om dat te zien?
Wat is er voor nodig om de ogen te openen en het zonlicht te zien?
Wat is er voor nodig om de ogen te openen en de oneindigheid van een breed
strand te ervaren in de oneindigheid en de grenzeloosheid van de liefde in je
hart?
Wat is er voor nodig om gewoon voor een schilderij te zitten, van iemand die
dat gemaakt heeft vanuit de leegte, en het in te ademen.
Wat is er voor nodig om te luisteren naar een fluit zonder betekenis, een
fluit bespeelt zonder belang, omdat de levensenergie nu eenmaal beweeglijk van
aard is en derhalve alle creatie in zich draagt?
Uit volmaakte leegte en volmaakte stilte is daar die schepping, die zich steeds weer opnieuw manifesteert in een oneindig komen en gaan. En als het daar eenmaal in de manifestatie verschijnt …laat het los, laat het z’n weg vinden. Laat het gaan, laat het weer in verval komen, want verval kan je nooit tegenhouden.
Afscheid
is inherent aan schepping en dat afscheid is gelijk aan vrijheid. Dat afscheid
houd je vrij van verzamelen, houd je vrij van meedragen, houd je vrij van in
modellen geperst zijn. De schepping laat zich niet vasthouden, het laat zich
niet in ideeën persen. Alles wat geschapen is verandert in tijd en zal
verdwijnen. Je kunt het gewoon nuchter waarnemen om je heen en in je zelf.
Waarom
zijn we daar zo bang voor? We zijn bang omdat we een idee hebben over ‘ik’
als iets permanents, dat het centrum van het universum is. Het is niet
moeilijk om als je op het strand staat te zien dat je onmogelijk het centrum van
het universum kunt zijn. Het is niet moeilijk om te zien dat je als
nietig wezentje allen maar getuige mag zijn van een gigantisch groot gebeuren,
wat het mysterie zelf inhoudt. Het is niet moeilijk om te kijken in
verwondering, niet meer dan verwondering, puur en zuiver waar te nemen wat komt
en gaat. In meditatie kringen wordt dit ‘getuige-bewustzijn’ genoemd; vrij
waarnemen. We hebben nog nooit iets kunnen vasthouden behalve in het idee ‘ik-mij-mijn’.
Ik zeg ‘idee’. Kun je een idee waarachtig vasthouden? Is een idee
substantieel? Of is het iets wat constant gedacht moet worden omdat het anders
al weg is, voordat je het te pakken hebt? Het idee is totaal onsubstantieel, is
niet vindbaar, heeft geen wortels, heeft geen locatie.
We
zijn in staat om met die ideeën, dat voorstellingsvermogen een wereld te
scheppen, die eruit kan zien alsof we tussen vier basalt muren leven… en daar
bijten we ons in vast en dat is onze wereld dan en we zeggen dat het waar is.
Maar als het waar is zouden we allemaal in die wereld leven. Als iets waar is
moet het waar zijn ten alle tijden, voor iedereen en in alle dingen. Als je
eerlijk bent dan zie je, dat het al in jezelf verandert van moment tot moment.
Soms voel je je zus…soms voel je je zo; dus het is constant veranderlijk. Wat
is die factor? Waar is het van afhankelijk? De zon gaat op, de zon gaat onder en
jij gaat van een evenwichtig weldenkend mens over in een emotionele wezen. Soms
denk je dat je rechtstreeks in de hel woont - en het lijkt waar - en hup, dan
ben je er weer uit.
Ieder
heeft zo zijn eigen beleving en zijn eigen concepten en dat projecteren we op
elkaar en dan stellen we elkaar teleur. Soms heb je niet eens in de gaten wat
een ander van je wil of wat een ander van je verwacht, waarom je teleurstelt of
teleurgesteld bent. Het is volkomen fictief en niet-bestaand. Op het conceptuele
niveau kom je er nooit uit. Je kunt eindeloos in cirkels rond gaan.
Zie hoe de mind werkt…onze werkelijkheid is als een projectie op een leeg
scherm.
Durf het simpel te maken. Durf het betekenisloos te maken. Je dacht toch
niet, als je in de verste hoeken van de sterrenhemel kijkt, dat ‘jouw’ leven
enig belang heeft en dat jij controle hebt over wat dan ook?
Het
doorgronden van betekenisloosheid is uitsluitend voor sterke mensen.
Waarom? Omdat de ‘persoonlijke mind’, het ego er helemaal gek van wordt
en alle denkbeeldige vaste grond onder de voeten dreigt te verliezen, alle
identificatie met vermeende werkelijkheid op zal moeten geven. De
‘ik-gedachte’ kan dat niet aan en zal weerstand bieden.
En tňch, als we ziek genoeg zijn van onszelf, van het rondgaan in cirkels,
kloppen we aan en zeggen: “Ik ben zo moe, ik kan niet meer”. Als aan alle
kanten de klem te klein wordt en je bent uitgeput en helemaal gekraakt, dan worden we bijna genoodzaakt om in te
keren. Dit kan een keerpunt zijn. Dit is waarom levenslessen vaak ons hart
moeten breken. Het hart kan niet werkelijk breken, onze concepten moeten breken
van hoe we de dingen zouden willen hebben en hoe we vinden dat ze zouden moeten
zijn. Het mooie is, als het hart breekt dan is de weerstand gebroken en kan God
binnenkomen; alomvattende liefde, betekenisloos in zichzelf. Liefde is Liefde en
is zonder enige voorwaarden. We maken geen beelden meer. We kunnen met onze
armen uitgestrekt op het strand staan en we kunnen waarachtig dansen. I
am alive! Ik leef..! Zonder enige
betekenis; gewoon het mysterie waarnemend en het nooit mentaal of met je
verstand kunnen doorgronden. Dat is volwassen zijn, dat is rijping.
De
zinloosheid van het leven is de zin van het leven. Dat is het hoogste, het
diepste, het meest wijze dat je kunt zien. Je bent totaal vrij van ieder idee
van ‘zin’ die het zou moeten hebben: “Waar is dat nou goed voor? Waar moet
het naar toe?” Als het nou eens nergens naar toe moet, is dat dan niet vrij?
Je gaat zien dat het Ene, de eenheid, zich manifesteert vanuit die eenheid. Die
ene druppel nectar lijkt uiteen te vallen in miljarden vormen, puur, louter en
alleen voor de vreugde van de schepping zelf en weer terugvalt in zichzelf.
We
zoeken het altijd ver buiten onszelf of we stellen het uit…”nú niet”…of
we willen het moeilijk en door lange processen oplossen. Omdat onze denkbox zo
ingewikkeld denkt, denken we dat thuiskomen moeilijk moet zijn en ingewikkeld.
Nee, thuiskomen is ont-wikkelen, de wikkels eraf halen. Waar we ook heen gaan,
het is hier. Wanneer het ook is, het is hier… in de stilte van de levensadem
zelf.
Uitademen
– inademen –uitademen – inademen…tot je ziet dat er niemand inademt en
niemand uitademt en er in essentie geen inademing en geen uitademing is. Er is
nergens naar toe te gaan is. Alle ervaringen rijzen op uit het Niets en vallen
terug in het Niets, in grenzeloze stilte, essentieel en onveranderlijk.
*******************************************
